Kwik & Flupke

Kwik & Flupke

Ons-Heerstraat 19
1000 Brussel

lat : 50.8299978
lng : 4.351691

GO

Gemaakt in

Auteur
Hergé

Uitgeverij
Casterman - Moulinsart

Oppervlakte
25 m²

Maker
Farmprod

 

De klunzigste kinderen: Kwik (‘Patrick’) en Flupke (‘Philippe’), zoals hun bijnamen luiden in het Brusseleer. Dit Brusselse dialect, een mengeling van het Nederlands en het Frans, is geleidelijk verdwenen maar nog steeds herkenbaar in bepaalde uitdrukkingen, bij ouderen of in bepaalde delen van de stad. Vooral in de Marollen, de bakermat van het Brusseleer!

In deze historische en populaire wijk ten zuiden van het centrum van Brussel wonen Kwik en Flupke. Ze brengen er hun dagen door, meestal op straat maar ook thuis of op school. Ze zijn bijzonder creatief met grappen, grollen, uitvindingen en onzekere experimenten… Ze zetten zich af tegen het gezag van de volwassenen, en hun belangrijkste doelwit is Agent 15, de plaatselijke politieagent (die soms ook hun medeplichtige is). De gags van Kwik en Flupke hebben geen doorlopende verhaallijn, ze zijn luchtig en zorgeloos. Vanaf 1930 werden ze wekelijks gepubliceerd in het weekblad Le Petit Vingtième (een supplement bij de Belgische katholieke krant Le Vingtième Siècle). Oorspronkelijk was Kwik de enige held van de serie. Hij ontmoet verschillende vrienden en uiteindelijk vormt hij een vast duo met Flupke.

Hun universum is dus het tegenovergestelde van dat van Kuifje, die in 1929 verscheen… Hergé creëerde Kwik en Flupke één jaar later. Terwijl Hergé de avonturen van zijn beroemde reporter meer gepolijst wou maken, door de verhalen te voorzien van een moraal en zijn held de wereld rond te laten reizen, presenteert hij hier een meer uitgesproken Brusselse verankering. De serie had trouwens minder succes in Frankrijk. In België werd Kwik en Flupke in 1940 onderbroken en het verscheen pas terug na de bevrijding, in 1947. In 1984 bewerkte Johan de Moor de serie tot een tekenfilm. De 260 afleveringen werden in een twintigtal landen uitgezonden.

In dit kinderlijke universum zijn vrouwelijke personages niet erg aanwezig, en ze zijn amper of niet te zien in de publieke ruimte. Vrouwen worden meestal afgebeeld terwijl ze thuis of onderweg zijn. Wanneer de straat wordt voorgesteld als een ruimte op zich, zoals een speelplaats en een plaats om te ontspannen, zijn er alleen jongens en mannen aanwezig. Deze voorstellingen weerspiegelen de bevindingen van talrijke sociaalwetenschappelijke en feministische analyses over de bepalende invloed van gender op de toegang tot, en de aanwezigheid in, de openbare ruimte (dit artikel bijvoorbeeld). Verschillende mechanismen dragen ertoe bij dat vrouwen in de openbare ruimte in de minderheid zijn en dat hun aanwezigheid als minder legitiem wordt beschouwd dan die van mannen. Deze visie is ook terug te vinden in de wereld van Kwik en Flupke.

Deze muurschildering van twee Brusselse kinderen in de Marollen werd bewust in die wijk aangebracht, net zoals twee andere muurschilderingen van jongens die op straat spelen: Bollie & Billie en De Beverpatrouille.

 

Scenarioschrijver: Hergé (1907-1983)

Tekenaar: Hergé (1907-1983)

Gecreëerd in het jaar: 1930

Origineel project van Studios Hergé en Moulinsart